woensdag 13 april 2016

Kosrae

De vlucht van Majuro naar Kosrae was weer een belevenis.
Het begon al bij de security check. Zoals wel vaker een kleine ruimte met zo'n poortje om doorheen te lopen en een apparaat met lopende band om de tassen e.d. te controleren. We vroegen de security waar de prullenbak was om nog even snel onze halfvolle fles water (1,5 ltr) weg te gooien, toen de security ons uit ging leggen dat we het water vooral niet weg moesten te gooien. Dit was natuurlijk gewoon nodig voor de baby...
Vervolgens deed de lopende band het niet. De oplossing: je legt alsnog alles in één van die bakjes. Deze worden dan handmatig gecontroleerd (één blik en het was ok) en de security brengt vervolgens zelf alle bakjes naar de andere kant van het apparaat waar wij onze spullen weer kunnen pakken.
Op naar onze korte tussenlanding op het eiland Kwajalein.

Na de landing moest gecontroleerd worden of er geen bagage zonder eigenaar in het vliegtuig achter was gebleven. Hiervoor moesten eerst 'even' alle overhead lockers worden leeggemaakt. Dat ging nog best goed. Vervolgens moest het gangpad vrij worden gehouden zodat de daadwerkelijke controle uitgevoerd kon worden. Dit werd een complete chaos. Met name vanwege de overdaad aan bagage die op de stoelen stond zodat de mensen niet meer konden zitten. Na een halfslachtige poging vonden de controleurs het zo halverwege het vliegtuig wel prima. Alles was veilig, we konden weer vertrekken.

Oh nee, toch niet.
De achterkant van het vliegtuig was te zwaar beladen. Of de achterste drie rijen (waaronder wij) naar voren wilden verhuizen. Er waren boarding passen uitgeprint, maar de mechanic had het uitdelen bij voorbaat al opgegeven: of we zelf maar een plekje wilden zoeken. Wij konden er wel om lachen, maar dat was niet voor iedereen het geval. Wij gingen er de volgende stop dan ook uit. De rest moest na die stop weer terug naar achteren.

Nog even over Kwajalein. Het eiland is van de Marshalls, maar deze atol wordt gepacht door de VS, die het gebruiken voor raketproeven. De baai van Kwajalein is dan het doel. Het startpunt is vaak het vaste land. Dit eiland is dan ook off limits voor buitenstaanders. We mochten zelfs geen foto's maken.

Hieronder nog even een foto van een atol uit de lucht (niet Kwajalein dus). Hierop is duidelijk een deel van een atol cq kraterrand te zien. Zo zien alle atollen er min of meer uit.



















Er zaten in het vliegtuig ook twee grote amerikanen. Eén van hen begon een praatje met Caren. Toen Caren de wedervraag stelde wat hij op deze vlucht deed, kwam het onverwachte "I deport people". Caren zei nog verbaasd dat ze dacht dat eilandbewoners zonder beperkingen mochten werken en afreizen naar amerika. Waarop hij met veebetekenende blik zei: "only if they behave well...". We keken daarna toch met andere ogen naar hun medepassagier.

Een uurtje later kwam het eiland Kosrae in zicht. Wat een indrukwekkend mooi eiland (geen atol). Het was alsof we het eiland uit Lost bezochten. Bergachtig, groen en omringd door mooie zee. Door de ontvangst op de airport, een mooie rit naar het hotel en een fijn hotel werd onze positieve indruk verder versterkt. Hier zouden we vast een week lekker kunnen genieten. Kosrae telt ongeveer 6.000 inwoners (hebben we van de lokale censusmeneer gehoord- dus dat klopt vast). Het is hier dus erg kleinschallig.



















Zal je altijd zien. Zaterdag komen we aan met mooi weer en 's nachts slaat het weer om. Winderig en veel regen. Gelukkig hadden we een top hotel en hebben we een dagje rondom ons zwembad/ restaurant gehangen. Als het 30 graden is, kun je ook prima zwemmen in de regen. Daarnaast had ons restaurant op zondag pizzadag en kwam een groot aantal kerkgangers tussen de diensten door in hun mooiste kleren (Kosrae is heel gelovig) eten of eten afhalen. Er werd hierbij trouwens geen druppel alcohol geschonken. Op zondag is alcohol drinken namelijk bij wet verboden en dit wordt strikt nageleefd.

Zondagnacht en maandag was het weer zo mogelijk nog slechter. Wat een enorme heftige en langdurige hoosbuien. Overigens wel goed voor de drinkwatervoorziening op het eiland. In verband met de droogte (vanwege el nino) in de afgelopen maand bleek deze namelijk behoorlijk in gevaar. Omdat je het kraanwater niet kunt drinken vangt elk huisje (en ons hotel) op zijn eigen manier het regenwater op wat men vervolgens gebruikt als drinkwater. Onze conclusie: regenwater smaakt heerlijk.
























Maandagmiddag hebben we ondanks de regen maar besloten om voor 24 uur een auto te huren om het eiland wat te verkennen. Een controle op het rijbewijs of ook maar iets ondertekenen bleek niet nodig. Dan onze huurauto: het stuur zat net als bij 80% van de auto's hier aan de rechterkant. En dat terwijl ze hier gewoon rechts rijden!?!?

Na een lekkere lunch bij een ander 'resort' hadden we een wasserette gevonden. Snel terug naar het hotel voor de vieze was en hup wassen. Dit duurde uiteindelijk de rest van de middag. Er waren meer dan voldoende wasmachines voor iedereen. In verband met het normaal mooie weer hadden ze echter maar één droger...



















De volgende dag meteen na het ontbijt in de auto gestapt om naar de ruines van Lelu te rijden. Na een korte wandeling door iemands achtertuin kwamen we ineens in een indrukwekkend tempelcomplex terecht. Dit complex is zo'n 750 jaar oud en gebouwd voor de koningen van Kosrae. We voelden ons net Indiana Jones zo in de jungle (in Mare's geval: Dora the explorer). Echt heel mooi.



















Net voor het inleveren van de auto moest er uiteraard nog even worden getankt. Dit hebben we gedaan bij het tankstation 'fuelland' om de hoek. Wij hebben vrij hard moeten lachen om deze naam. Helemaal toen bleek dat die ene pomp überhaupt niet werd gebruikt, maar dat je je auto handmatig liet afvullen...
























De dagen erna werd het weer gelukkig beter. Dat wil zeggen: de zon ging schijnen en het stopte met regenen. De temperatuur is al die tijd gewoon rond de 30 graden geweest. Met name de luchtvochtigheid maakt dat ook wij het hier weer echt warm vinden en dat terwijl we 's nachts met de airco op 25 graden slapen: bij binnenkomst vinden we de kamer steeds heerlijk koel aanvoelen.

Een ander leuk uitje was ons bezoekje aan de clamfarm, die op loopafstand van het hotel ligt. Caren had hierover gelezen. Officieel bleek de farm niet meer te bezoeken, maar de zus van de mevrouw achter de balie bleek getrouwd met de eigenaar en een kwartier later konden we langskomen. Hoewel we het proces nog steeds niet helemaal snappen waren we erg onder de indruk van de mooie kleuren en de tijd die het kost om zo'n schelp te laten groeien. Die op de tweede en derde foto zijn al circa 5 jaar oud!



















Verder ligt hier voor de deur van het hotel een blue hole. Dit is een afgeschermd groot diep gat in de zee dat bij hoog water volledig in verbinding staat met de zee en bij laag water niet of nauwelijks. Bij laag water kan je dus naar het gat toelopen en kan je op je gemak al het koraal en vissen bekijken. Mare heeft hierbij voor het eerst echt 100% gesnorkeld, dus met duikbril en snorkel. Ze vond het fantastisch. Met name omdat je met zo'n duikbril 10x meer ziet dan met het eerder gebruikte zwembrilletje. Verder was ze supertrots dat ze met een snorkel kon zwemmen. En terecht natuurlijk. Naast alle tropische vissen was de pijlstaartrog wel het hoogtepunt.



















Naast het snorkelen is Rinze voor het eerst tijdens deze reis gaan duiken. Ze gingen o.a. langs een plek waar regelmatig babyhaaien worden gezien, daar waren maar liefst 30-40 haaitjes van zo'n 40 cm te zien die onder begeleiding leken te staan van een paar grotere van zo'n 2 meter. Echt fantastisch. Met ook nog een (gevaarlijke) stonefish, een gracieus zwemmende pijlstaartrog en twee schilpaden was de duik zeer geslaagd.

Tot slot zijn er in Kosrae veel mangrovebossen. Ons buurhotel op iets van 10 min lopen had een leuk restaurant dat je via een boardwalk door de mangrove kon bereiken. En niet onbelangrijk: cola light (de enige van het eiland). Ook daar zijn we dus vaak even langs gegaan.



















Na een week constateren we dat het heerlijk toeven is op Kosrae. De mensen zijn weer superleuk. Ze weten vaak niet waar Nederland ligt, dus meestal vullen we aan dat we uit Europa komen. Ook de andere (paar) hotelgasten zijn leuke mensen met interessante verhalen. Zo zat hier een Amerikaans gezin dat op 'Kwaj' woonde, een Amerikaans echtpaar waarvan de man als gepensioneerd rechter hier de lokale juridische partijen adviseert, een paar Chinezen (geen idee wat die hier doen) en wat locals die wat komen eten of drinken.

Nu is het tijd om onze volgende en veelbelovende bestemming Yap te bezoeken. Net als Kosrae één van de vier staten die de federale staten van Micronesië vormen. De reistijd zal met hops en overstap maar liefst een kleine 10 uur bedragen. En dan te bedenken dat we binnen dit land de enige en daarmee snelste route nemen...

dinsdag 5 april 2016

Mahalo Hawaii & Yokwe Majuro*

De laatste dagen Hawaii hebben we doorgebracht op Honolulu, tevens ons startpunt. Vanwege de drukte/betaalbaarheid zaten we nogmaals op Waikiki beach. Gelukkig in wederom een fijn (ander) hotel met een mooi uitzicht en een lekker zwembad.


























Van rustig aandoen is niet veel gekomen. Er was nog zoveel te doen. Deze keer hadden we een auto gehuurd. Wel zo handig, want nu konden we 'eindelijk' naar het nationalpark(je) Diamondhead rijden om deze te beklimmen. Dit is een oude krater en de landmark van Honolulu. Het pad naar de top was slechts 1,3 kilometer. Desondanks was het een pittige wandeling vanwege de steile paden en trappen, de brandende zon en Stach op de rug (+/- 15 kg). Tegelijkertijd erg lekker om fysiek bezig te zijn en het uitzicht was de moeite waard. Ook Mare deed het weer fantastisch.


























De volgende zondagochtend een beetje op de gok naar Pearl Harbour gereden. We hoopten dat er voor die dag nog voldoende walk-in tickets beschikbaar zouden zijn om het memorial te bezoeken. Gezien de eerder beschreven topdrukte hadden we er een hard hoofd in. Maar er waren nog kaarten: we hoefden "maar" twee uur te wachten totdat we met de boot naar het daadwerkelijke memorial konden gaan. Hiermee hadden we mooi de tijd om de exposities/ uitleg te bezoeken. 

Voor de liefhebbers hier in het kort de samenvatting: In de aanloop van WO2 waren de spanningen tussen de VS en Japan al behoorlijk opgelopen. Dit was de reden dat Amerika haar vloot in Hawaii had gestationeerd. Om de macht in de Pacific/ Azië te kunnen grijpen wist Japan dat ze iets moest doen aan Amerika. Daarom hebben de Japanners een gedurfd en vrij briljant plan uitgewerkt om de vloot gestationeerd op Hawaii in één keer uit te schakelen. In een verrassingsaanval met vliegtuigen (nog niet eerder op deze schaal vertoond) lukte het Japan om op 7 december 1941 Pearl Harbour te bombarderen. De Amerikanen werden volledig verrast. Er vielen ruim 2000 doden. Na deze aanval hebben de VS Japan de oorlog verklaard en zijn zij actief deel gaan nemen aan WO2. Overigens waren de twee vliegdekschepen van de VS op het moment van de aanval toevallig niet in Pearl Harbour maar op missie elders. Die waren dus niet beschadigd. En 19 van de 21 gezonken schepen konden weer dusdanig opgelapt worden dat ze deel hebben genomen aan de oorlog. Eén van de grootste schepen die niet meer op te knappen was, was de USS Arizona. Dit schip is de laatste rustplaats van circa 1100 omgekomen militairen. Ter herinnering is een memorial opgericht precies boven het gezonken schip dat je heel goed (onder je) ziet liggen. Rond 11:45 werden we hier met de boot heen gebracht. Maar eerst kregen we nog een korte film te zien over de gebeurtenissen op de dag zelf. 

Het was hierbij nog best lastig om Stach stil te houden. Hij zit in zijn voertuigenfase en benoemt graag zo luid mogelijk alles wat hij langs ziet komen, met af en toe een "WAUW" en "WHOOH" tussendoor. Het gaat dan met name om vrachtwagens, bussen, boten en vliegtuigen. Tja, en wat zat er zoal in de film....




































Verder zijn we nog naar het strand op de hoek geweest. Voor ons onbegrijpelijk (al dat zand!!), maar de kids vinden het fantastisch. Vooruit dan maar.






















En we hebben (ook) nog een kleine rondrit over het eiland gemaakt. Erg leuk om wat meer van Oahu te zien. Allemaal prachtig.

En daarna was het tijd om naar Micronesië te gaan en wel naar Majuro, een atol in de Marshall eilanden. Wel wat weemoedig, Hawaii is ons heel goed bevallen en we waren nog niet helemaal uitgekeken. Maar ook met heel veel zin in een nieuw avontuur.

Het gebied dat we de komende weken zullen bezoeken wordt zo weinig bezocht dat we geen actuele reisgids konden vinden. Uiteindelijk hebben we tweedehands de meest recente lonely planet (uit 2000) kunnen kopen. Op dit eerste eiland blijkt deze na 16 jaar nog verdacht actueel. De vlucht was weer een hele belevenis en dan met name het vertrek. Dat was nogal chaotisch. Diverse mensen met veel te zware koffers (o.a. iemand met 3 koffers van meer dan 30 kilo), diverse mensen met veel te veel handbagage (o.a. een dame met vijf tassen) en diverse mensen die zelf maar beslisten in welke stoel ze precies wilden zitten. De stewardessen gingen er desondanks geduldig mee om en we vertrokken zowaar nog aardig op tijd. We hebben het sterke vermoeden dat dit vertrek geen uitzondering was...

Bij aankomst kregen we meteen een eilandgevoel. Om te beginnen was het met zo'n 30 graden en een hoge luchtvochtigheid toch weer een stuk warmer dan Hawaii. Vervolgens mochten we met de trap uit het (enige noemenswaardige) vliegtuig dat netjes naast de kleine ontvangsthal had geparkeerd. Veel mensen bleven trouwens in het vliegtuig zitten omdat het na zo'n 40 minuten door zou vliegen naar de volgende bestemming. Deze route staat dan ook bekend als de United Airlines island hopper. Bij de balie leverden we vervolgens een lading formulieren in, kregen we een stempel en konden we de bagage halen. Deze werd zo'n beetje het gebouw ingereden met twee pick-up trucks Zodat we de bagage zelf aan konden pakken. Buiten stond de auto van het hotel al klaar om ons op te pikken.




















Tijdens de rit naar ons hotel en ook de wandeling die we 's middags maakten vonden we Majuro en dan specifiek de hoofdstad op zijn zachts gezegd niet meteen aantrekkelijk. Het was één lange stoffige weg met langs de kant op diverse plekken vuilnis en autowrakken. We vroegen ons wel een beetje af wat we hier in vredesnaam vier dagen moesten doen.




















Ons hotel was wel meteen erg leuk. De afgeschermde tuin met hierin een aantal mooie bungalows viel wel behoorlijk uit de toon met de rest van het stadje maar vanuit de eigen bungalow hadden we hier uiteraard geen last van. Tevens heeft ons hotel een leuk restaurant wat voor de betere klasse van Majuro een logische plek blijkt om af te spreken voor lunch, diner of een drankje. Afgezien van de bungalow zelf is het hier vanuit ons perspectief niet duur. Een best groot hoofdgerecht kost zo'n 12 USD.
























De volgende dag hebben we weer wat rond gelopen en zijn o.a. naar het lokale museum(pje) geweest, dat verrassend goed was. Dat gaf ons wat meer inzicht in de Marshalls en Majuro. De Marshall eilanden bestaan uit meer dan 1200 eilanden. In totaal wonen hier slechts 66.000 mensen waarvan ongeveer 35.000 op Majuro, het hoofdeiland. De hoofdstad wordt D-U-D genoemd, naar de drie aaneengesloten eilanden waarop het ligt. Wij zitten op de U.
Majuro zelf is een atol. Dat is een vulkaan die gezonken is in de oceaan en waarvan in dit geval alleen de kraterrand nog boven water ligt. In totaal zou deze kraterrand zo'n 102 km lang zijn, ware het niet dat de kraterrand aan één kant op verschillende plaatsen is gebroken. Hierdoor bestaat de atol Majuro uit maar liefst 57 eilanden. De rand van de krater en de eilandjes zijn meestal erg smal: vaak kan je de zee aan beide kanten zien. Verder liggen ze slechts een paar meter boven zeeniveau. Majuro en de andere Marshall eilanden worden dus ernstig bedreigd door de opwarming van de aarde en de stijging van de zeespiegel.
Na het museum zijn we ook nog even naar de lokale bibliotheek geweest.



















Dan de zwarte bladzijde in de geschiedenis van de Marshall islands of misschien juist wel de VS. Ergens in 1946 hebben de Amerikanen de bevolking van het eilandengroep Bikini 'gewoon' gevraagd of ze een bepaalde periode even ergens anders wilden wonen zodat de Amerikanen wat proeven uit konden voeren. Na 23 atoomproeven werd ze in 1970 verteld dat ze weer terug konden naar hun eiland. Pas in 1978 werd, zoals te verwachten, geconstateerd dat iedereen stralingsvergiftiging had opgelopen. Met alle gevolgen van dien. De bewoners zijn hierna opnieuw verhuisd naar een ander eiland in Majuro... Op dit moment lopen er nog steeds diverse rechtzaken. Zo zagen we in de lokale krant dat er een zaak loopt bij het internationaal gerechtshof in Den Haag. Verder ontvangen Marshallezen mede hierom nu veel subsidies vanuit de VS en kunnen ze visaloos naar de VS reizen (of zich vestigen).

NB de gelijknamige zwemkleding is vernoemd naar dit eiland. De naam was destijds veel in het nieuws en de designer vond het wel een passende naam voor zijn gewaagde design.

De marshalls zijn verder erg arm, er zijn nauwelijks inkomstenbronnen (visserij en subsidies) en alles moet van ver worden geimporteerd. In de winkels vinden we producten uit Taiwan, Nieuw Zeeland en de VS. Het assortiment is zeer beperkt en ziet er veelal weinig aantrekkelijk uit (alleen de slippercollectie is dusdanig uitgebreid dat Zalando zelfs het nakijken heeft). In de (enige) grote supermarkt was trouwens meer te krijgen, maar voor een prijs die voor de meeste mensen hier niet te betalen is. Een avocado kostte bv 5 USD (ter vergelijking: een ritje met de taxi naar die supermarkt was voor ons vieren 1,5 USD).

























Een paar dagen verder zijn we overigens alsnog gecharmeerd geraakt van dit (ei)land. De mensen lijken in eerste instantie wat stug, maar blijken in tweede instantie zeer vriendelijk. Hierbij blijken de kinderen fantastische ijsbrekers. De blonde haren van Mare en de blauwe ogen van Stach zijn onweerstaanbaar voor de Marshallezen. Met name Stach vindt al die aandacht heerlijk en windt alle dames om zijn vinger.
Een tweede aspect waar we even aan moesten wennen is dat de buitenkant niet representatief is voor de binnenkant. Van buiten ziet het er soms echt niet uit, terwijl het binnen prima toeven is.



















En tot slot begrepen we van iedereen dat we de "stad" uit moesten om de echte Marshalleilanden te zien. Daarom zijn we een dag naar het eiland Eneko geweest. Nog steeds op de atol Majuro, maar op 30 min varen van D-U-D. En inderdaad, het was prachtig. Een heerlijk zandstrand met koraal en heel veel mooie vissen. De lagoon is heel rustig. Ideaal voor Mare, die snorkelen hartstikke leuk begint te vinden. We hebben daar uitgebreid gekletst met drie Amerikanen die als vrijwilliger een jaar op Majuro woonden om les te geven. Erg interessant en daarnaast wisten ze hoe ze kokosnoten uit een boom moesten halen. Lekker...























Na al deze avonturen is het al weer tijd om door te vliegen. We verlaten de Marshall eilanden en gaan naar onze eerste bestemming in de Federale staten van Micronesië. 

*Bedankt Hawaii & Hallo Majuro

Landkaart Nederland

Landkaart Thailand

Landkaart India

Landkaart Cambodja

Landkaart Laos

Landkaart China

Kaart Yunnan

Hier nog een kaartje met iets meer detail.

Landkaart Vietnam

Landkaart Filipijnen

Landkaart Australië

Landkaart Frans-Polynesië

Landkaart Chili

Landkaart Peru

Landkaart Argentinië